‘podium’ categorie
Genieten in Stijl
Operabar ‘In de pauze’
Het lichtfestival in Gent was alweer een voltreffer. Veel te veel volk, maar prachtige interventies in deze fantastische stad. Nog meer van dat genieten deed ik zaterdag avond in ‘In de pauze’, een nieuw etablissement in Gent in de Serpentstraat. We kennen allemaal jazzcafé’s, je vindt ze in elke stad die naam waardig. Maar een operabar, dat is voor ‘t eerst dat ik er eentje tegenkwam. Jonathan Raman, zelf operazanger, jong en bijzonder talentvol, opende de zaak een aantal maand terug. Wat een lumineus idee! Sinds jaar en dag bezorgt Klara mij regelmatig kippenvel. Ook in de operavoorstelling is dit gevoel mij vaker bekropen. En zaterdag gebeurde hetzelfde in ‘In de pauze’. Jonathan had een Italiaans pianist uitgenodigd, Matteo Pirola en een zangeres Annelies. Ze brachten samen gedurende een 45 minuten een mooi ensemble van beter en minder gekende klassieke nummers. Genieten noem ik dat! Een heel divers publiek kon dit absoluut appreciëren. Naast mij zaten 3 bevallige dames, een fijn internationaal gezelschap die de nummers bleken te kennen. Ook zij studeren aan de Opera Studio in Gent. Flanders Operastudio Vlaanderen is een postgraduaat opleiding voor jonge zangers-acteurs met een opleiding klassieke muziek en een specifieke belangstelling voor opera en muziektheater. Deze opleiding voorziet in een intensieve voorbereiding met het oog op een professionele carrière. Zoals het ook vaak in jazzbars gebeurt, gingen deze dames spontaan bij de piano staan en het leek wel aslof ze er niet genoeg van kregen. Elk op de beurt, samen … tot ook Jonathan Raman op het podium kwam.
Wat een gezellige avond. Genieten in stijl! Het interieur maakt het plaatje compleet. Een fijn idee voor een Joanna et ses Amis! Interesse, maar nog niet in mijn mailinglist? Stuur me een mailtje!
Musici: Liliana Sebastiao, Matteo Pirola, Joanne D’Mello, Jonathan Raman
Kiss & Cry
Beyond words … and even further
Dit was wat mij betreft de topper van het Next Festival. Michèle Anne De Mey & Jaco van Dormael – wat een professionalisme! Je verwacht dit natuurlijk wel, maar het mag gezegd: dit was perfect! We zien een projectiescherm, een aantal mensen op scène, camera’s – het ziet er een beetje rommelig uit. And … action! Het wordt meteen duidelijk: de hele scène bestaat uit kleine maquettes die elk een bepaalde ruimte of omgeving voorstellen. 2 camera’s bewegen zich van de één naar de andere ‘ruimte’, waar we telkens 2 personen, een man en een vrouw, een dans zien uitvoeren met de handen (zie foto). De choreografie is dermate sensueel en geladen, dat je abstractie maakt van die handen en er echte personages in ziet. De camera filmt alles in close up. Resultaat: je waant je in een andere wereld, een sprookjeswereld. Het meest fascinerende is de manier waarop met heel eenvoudige middelen een volledig nieuwe dynamische wereld wordt opgebouwd. Het zou magnifiek zijn mochten we dit eens van heel dichtbij kunnen zien …
Het verhaal op zich had ietwat beter gekund, maar de visuele prikkeling was wondermooi en aangenaam.
Berlin – Land’s End
‘Maar ik ben niet schuldig, dat is een vergissing. Hoe kan een mens trouwens eigenlijk schuldig zijn? We zijn toch allemaal mensen, de een zo goed als de ander. – Dat is juist, maar zo spreken gewoonlijk de schuldigen.’ [Het proces, Franz Kafka] – website Next Festival
Het was een kille winteravond en alles lag er wat verzopen bij. Ik had nog op de laatste knip 2 tickets kunnen wegkapen voor de voorstelling van Berlin: ‘Land’s End’. Vorig jaar waren ze ook op het Next festival te zien – ik was er toen niet zoooo weg van, ook al vond ik het goed, alleen al omdat het echt eens wat anders was. Maar soms moet je jezelf wat tijd geven om een gezelschap te leren kennen en de taal te begrijpen. Transfo in Zwevegem vormde de perfecte lokatie voor deze performance. Het oude fabrieksgebouw ademt nog leven uit, een beetje mysterieus wel. Afgelegen, langs het water – het sfeertje en gezelschap zaten goed. We kregen allen een dik deken om ons te verwarmen, wat best van pas kwam – daar het werkelijk ontzettend koud was in de onverwarmde ruimte.
We zien een heleboel – ik geloof een 12-tal – machines. Elk werkt zelfstandig op een eigen techniek. In één kamer hangt een haardroger boven een wasbekken (met goudvissen), of we zien een deur van een koelkast automatisch open- en dichtklappen. In de koelkast zien we achter een berg pannekoeken twee voeten steken. Of nog- een ronddraaiend element met een koffietas waar verse koffie in gegoten wordt en wat verderop het parcours een blauw, giftig pilletje. Uien, een stofzuiger, een koffer van een wagen … er was vanalles. Tijdens de voorstelling werd duidelijk dat deze machinerieën de scenario’s voorstellen die bedacht zijn geweest om een man te vermoorden.
De hoofdacteurs komen op scène niet in fysieke, dan wel in digitale vorm – gefilmd en vertoond op plasma’s die de grootte hebben van een menselijk lichaam – alsof ze echt aanwezig zijn. 2 plasma’s en de acteurs die met elkaar lijken te interageren. Later tijdens de voorstelling zien we de rechter en de rechercheurs ook allen op die manier aanwezig. Ze zijn er maar ze zijn er niet, ze spreken op elkaar in maar ze doen dat ook niet. De montage is dermate knap, het camerastandpunt zo opgesteld – dat het lijkt alsof iedereen in dezelfde ruimte aanwezig is. Alsnog zien we de acteurs live on stage. Een pijnlijk en emotionele dialoog komt op gang, in de kou en in het donker. Frans en Nederlands wordt door elkaar gesproken, het publiek is muisstil.
Machinerie en plasma’s, het lijken twee constanten in het idioom van Berlin.
Het verhaal is echt gebeurd. Ik vertelde erover in de Westhoek en men wist meteen waarover ik het had: ‘t Groot Moerhof, een huis dat in Frankrijk en België is gebouwd. De landsgrens loopt er recht doorheen. Daar vond een proces plaats met een Belgisch en Frans burger. Echt gebeurd dus … What a story! De voorstelling reist rond. Een aanrader voor wie eens een ander theater wil zien.
To intimate – Ovaal
CYNTHIA LOEMIJ / MARK LORIMER
Wat een pareltje! Twee dansers. Leuk gekleed, de jongen een ietwat retro, het meisje in een mooi pink kleedje. Het is behoorlijk kil tussen de twee. Het meisje zoekt toenadering, maar de jongen blijft haar halsstarrig negeren, tot het meisje de cellist verleidt en de jongen jaloers wordt. Alles komt dus goed.
De eenvoud – less is more – siert dit werk uitermate. Het decor is een houten constructie, erg primitief, een sobere wand waartegen elke beweging van de acteurs op een bijna objectivistische wijze worden afgetekend. De cellist brengt warmte op scène. Het is ook vanaf het moment dat hij begint te spelen, dat de acteurs wat minder kil worden. Prachtige eenvoudige muziek. Het zou gaan om 11 capriccio’s voor cello van de in Brussel geboren componist Joseph Marie Clément dall’Abaco (1710-1805). Een kopie van deze partituur werd pas op het einde van de 19de eeuw in Milaan teruggevonden: op het manuscript staan echter enkel noten, geen aantekeningen. Een muziekstuk- zonder- taal, dat dus door de musicus heel vrij geïnterpreteerd kan worden (Kaaitheater). Mooie nieuwe bewegingen, soms grappige interacties.
Dansers Cynthia Loemij en Mark Lorimer stellen in To intimate vragen rond (een gebrek aan) communicatie. Wat maakt intimiteit, effectief spreken en echt luisteren mogelijk? En hoe komt het dat we het daar zo moeilijk mee hebben? To intimate is een choreografie die écht spreekt.
Zo lezen we op de site van Next. En effectief, het gebeurt maar weinig dat een danswerk zo spreekt, zo verhaalt. Storytelling met het gelaat en het lichaam en een paar noten muziek.
De invloed van de Keersmaeker is duidelijk voelbaar. De dansers leerden elkaar kennen bij Rosas. En toch zie je al die dansers die ooit bij Rosas dansten een eigen stijl ontwikkelen. Zo ook hier. Maar dit is dans ten top! Dat klassieke gemengd met een verworven vrijheid die emotie toelaat. Niks overdonderends, geen spectaculaire scenografie, maar de basics – goed uitgevoerd, professioneel en interessant. Benieuwd wat dit nieuwe gezelschap nog in petto heeft.
Romeo Castellucci op Next festival
On the Concept of the Face, regarding the Son of God
zo luidt de titel van het beruchte theaterstuk van Castellucci. We kregen al een brief in de bus van de festivalorganisatie, waarin we gewaarschuwd werden voor een mogelijke manifestatie van een extreem katholieke beweging. De toegang met de wagen werd ons inderdaad ontzegd, we gingen dus een eindje wandelen. Maar ook hier was de weg volledig gebarricadeerd en moesten de tickets grondig gecontroleerd worden, want er waren er al valse in roulatie. De voorstelling begon een half uur later dan aangekondigd, want iedereen diende alle tassen, jassen en andere overbodigheden achter te laten en bovendien gefouilleerd worden.
Je verwacht wel een erg decadent werk.
Het viel allemaal serieus mee, en eigenlijk begrijp je helemaal niet wat die bende daarbuiten staat te doen. Wat we zien is een intiem portret tussen vader en zoon. Vader is oud, maar de zoon past om hem. Hij maakt zich klaar om het huis te verlaten en een aantal zaken te regelen, maar net dan heeft vader de mooie witte design zetel bekakt. We zijn getuige van een ritueel waarbij de zoon de vader rustig uitkleedt en wast. Het is stil. Vader huilt.
Wanneer alles in orde blijkt te zijn herhaalt hetzelfde tafereel zich, en dan nog een keer. Vader wordt het moe en giet zichzelf volledig onder de stront. Hij geeft er de brui aan. Zoon heeft zich gekeerd naar het grote doek, een close up van het gezicht van christus die reeds de hele voorstelling het publiek zit aan te staren.
Het mooie witte interieur maakt plaats voor een donker podium, waarin we beweging zien achter het christus doek. Het doek wordt begoten met stront. Het gezicht van christus bloedt, wordt opengereten.
Vader had er genoeg van. De zoon ook. De wanhoop, het gebroken geloof … Het gezicht van christus maakt plaats voor deze woorden: You are not my shepherd.
And that’s it. Enkel de vrije kunst kan dit soort pareltjes maken.
We need heroes now!
Are we desperate? Where is our hero?
Prometheus Landscape II, de nieuwe voorstelling van Jan Fabre is er alweer eentje om in te kaderen. De grootsheid van Fabre zit hem in het feit dat zijn kunst altijd vernieuwt, maar ook steeds een vernieuwing is van zichzelf. Je herkent zijn hand aan de thema’s en de stijl, maar toch is het nooit hetzelfde. Hij geeft met zijn klassieke benadering weliswaar zijn visie op wat om ons heen gebeurt, zonder in clichés te vervallen. De dwepende muziek, het totaalspektakel met visuals die voltreffers zijn en performers die tot op het bot gaan maken van Prometheus Landscape II een parel die je niet wil missen. De première ging door in NY. Het is geweten dat dat voor nogal wat commotie zorgde. In dergelijk puriteins land kan het ook niet anders. Masturberende performers zijn niet vreemd in zijn werk. Wij zijn dat al een beetje gewoon, ook al blijft het confronterend. De scène wordt stilaan een habitat die zich steeds aan de metamorfose blootgeeft en die de dansers doorheen het hele werk creëren. Wanneer ze van het podium zijn verdwenen blijven hun sporen over, je kan als het ware aan de overgebleven scène de hele performance reconstrueren. Fabre gebruikt Goden en Titanen, die het beste en het slechtste in de mens naar boven halen. De heftigheid weerspiegelt de turbulente maatschappij die we vandaag bewonen. Vuur is passie, maar vuur maakt ook kapot. Instruire c’est détruire. Prometheus wordt opgevoerd als heidens symbool van de ontembare rebellie. Hij hangt als een christus aan een kruis van touwen, de hele voorstelling lang. Zand, brandende lucifers, brandblussers, levende Duracell konijnen, een zadel voor paarden zijn slechts een paar van de symbolen die het verhaal dragen. Liefde en passie, geschreeuw en gekerm, gezang … Het Gesamtkunstwerk in Fabres universum. Hij noemt zichzelf de krijger van de schoonheid, helemaal terecht. Hoe naakt, bestiaal en obsceen de beelden in sé zijn, de schoonheid blijft steeds aanwezig. It’s time to become sensible again.
De Pijnders: Arne Sierens
Het klonk veelbelovend, namen als Arne Sierens, Titus De Voogdt, Johan Heldenbergh, Tom Vermeir, stevige namen dus dat moet wel wat geven. Van Sierens zijn we ook heel wat gewoon en een collega was zo enthousiast dat hij de uitvoering nog een keertje wil zien. De introductie in de brochure deed vermoeden dat we een emotionele broederschap zouden zien, meegesleurd zouden worden in een verhaal dat ons niet bekend is, maar helaas … het was minder spectaculair dan gedacht. Het is natuurlijk vaak zo dat – hoe meer reclame men maakt en hoe meer media aandacht, des te groter de verwachtingen. Maar toch moet ik objectief gesproken toegeven dat de dialogen vaak werkelijk saai waren. Men deed research bij de boeren. Wel, op zich vind ik dit fascinerend. Ik kan me voorstellen dat je daar een heleboel informatie en echte verhalen kan halen, die nadien voldoende stof geven ter representatie van een bepaalde wereld. Check bvb het fotoproject van Frederik Buyckx ‘The Last Farmers’ – dat spreekt toch helemaal tot de verbeelding, daar kan je toch écht iets mee doen. Gaat het nu eigenlijk over boeren of over een gilde, of over beide? Gardenia was een voorbeeld van een stuk waar de acteurs hun rol werkelijk doorleefden, ze waren ook die mensen. Maar bij De Pijnders mankeert dit absoluut. Eigenlijk zien we een bende marginalen, 30-ers, 40-ers misschien. Ik merk weinig ‘gilde’. Losse anecdotes, die samen eigenlijk niet echt een geheel vormen. Het is werkelijk zoeken naar een beetje samenhang, naar een boodschap, naar een mooi moment … Neen, Sierens kan echt veel beter. In de pers schrijft men nog: ‘Arne Sierens laat zien wat hij kan: het leven tonen zoals het is.’ Neen, geen enkele vorm van herkenning, geen beetje emotie, geen aanknopingspunt. Spijtig, maar op naar de volgende productie, jawel!
Akram Khan
Vertical Road
WHAW!
Ze mogen zeggen wat ze willen die critici in hun gepalaver over de nieuwe dans – die waar je ook 10 minuten naar bevroren acteurs dient te kijken, geef mij maar dit soort dans die nog écht dans is! Waar dansers nog in groep dansen, synchroon – dan eens niet. Goeie drums, fysieke inspanningen ten top en een mooie interactie.
Niemand minder dan Nitin Sawhney componeerde de muziek. Altijd al weg geweest van zijn muzikale ingevingen, dees kon niet anders dan steengoed zijn.
Het lijken Griekse beelden die tot leven komen en zich bevrijden van het eeuwen oude stof dat hen bedekt. Bij de eerste bewegingen komt het stof los van de figuren. Mooi qua effect. Laten we niet stellen dat dit ongezien is, we hebben in ons land behoorlijk wat choreografen die dergelijk werk brengen, maar het blijft ongewoon fantastisch om naar te kijken. Nu en dan een stil moment, niet altijd even boeiend, maar al bij al een topwerk.
De elementen van de klassieke tragedie blijven aan bod komen: jaloezie, liefde, aantrekking, sexualiteit, dominantie, het duel, … Een prachtige vertaling van de muziek, die echt gebruikt wordt. De dans doet je de muziek nog sterker aanvoelen, of doorvoelen.
De grot van Plato – een schimmenspel. De tragiek van het leven en het laten leven. Het afscheid … en het doek valt.
Eat her!
Eat this!
… behoorlijk gepaste woorden voor de laatste van Vandekeybus ‘Monkey Sandwich’. Het ‘eat this’ -gevoel is er ook zo eentje dat onverwacht komt, ontnuchterend werkt, choqueert en op de nuchtere maag moeilijk verteert.
De esthetiek die ‘once was’ is verdwenen, dat was al bij de laatste 2 zaalvoorstellingen zo – mijn laatste kleine sprankel hoop is helemaal weggebrand. Ook het aspect dansen vinden we nu echt helemaal niet meer terug. Ik opteerde vroeger al voor een nieuwe categorie binenn de podiumkunsten: ‘performance’. Op die manier elimineren we de valse hoop om nog wat dan te zien, zoals dat nu werd aangekondigd. Zo moeilijk kan dat toch niet zijn.
Monkey Sandwich refereert naar stadslegendes, het woord zou dat ook betekenen. Wie gaat kijken zonder vooraf enige info te hebben gesprokkeld zal – net zoals bij een Lynch-film – continu op zoek gaan naar de onderlinge link tussen de verschillende filmfragmenten en verhaallijnen. Alles hangt aan elkaar vast, maar een echte duidelijke lijn zit er niet in. Het krankzinnige, chaotische, agressieve tot gestoord animale killer instinct druipt ervan af.
Vandekeybus is een perfectionist, nog steeds te zien in de hoge kwaliteit van de film en settings, de keuze van acteurs, de keuze van een fantastisch performer, Damien Chapelle – ongelooflijk wat voor podium-kwaliteiten die man bezit! De water cube, waar Chapelle af en toe in onderdompelt en waar hij nu eens rustig kronkelt dan weer claustrofobisch om zich heen slaat doet denken aan Fabres ‘Preparatio Mortis’ en is van eenzelfde sterke en mooie beeldkwaliteit. De grote propellers blazen da wind tot in je nekharen, Chapelle schreeuwt het uit, papieren poppen hangen als levenloze wezens te wapperen. Krachtige beeldtaal die de emoties doet luwen.
Hope is non plan, lezen we op de wagen waarin de jagers hun buit vervoeren; levenloze lichamen van vrouwen die ze net hebben geschoten. Een scène waarin een nieuw dorp, waar hoop doet leven, volledig wordt ondergespoeld. Babies die dan weer symbool staan voor een hoopvolle toekomst … het is bizar, het doet je van het ene naar het andere bewegen.
Maar het is erover. Het is te weinig een verhaal, te verwarrend, te agressief.
‘Kom terug’ zei de eekhoorn ‘Ik mis je’. ‘Dat kan niet’ zei de mier ‘want ik ben nog niet weg’ (Toon Tellegen). Dit had een mooi einde kunnen zijn, ware het niet dat er nog een spielerei moest volgen, waarbij Vandekeybus aan het eind een projectie van een man op een vel papier laat verschijnen. Deze vertelt dat hij zijn vinger had afgehakt en in de grond had gestoken in de hoop dat er mensen uit zouden groeien, maar dat was niet zo. Tja, … van zoiets word je niet echt stil.










