‘podium’ categorie
Akram Khan
Vertical Road
WHAW!
Ze mogen zeggen wat ze willen die critici in hun gepalaver over de nieuwe dans – die waar je ook 10 minuten naar bevroren acteurs dient te kijken, geef mij maar dit soort dans die nog écht dans is! Waar dansers nog in groep dansen, synchroon – dan eens niet. Goeie drums, fysieke inspanningen ten top en een mooie interactie.
Niemand minder dan Nitin Sawhney componeerde de muziek. Altijd al weg geweest van zijn muzikale ingevingen, dees kon niet anders dan steengoed zijn.
Het lijken Griekse beelden die tot leven komen en zich bevrijden van het eeuwen oude stof dat hen bedekt. Bij de eerste bewegingen komt het stof los van de figuren. Mooi qua effect. Laten we niet stellen dat dit ongezien is, we hebben in ons land behoorlijk wat choreografen die dergelijk werk brengen, maar het blijft ongewoon fantastisch om naar te kijken. Nu en dan een stil moment, niet altijd even boeiend, maar al bij al een topwerk.
De elementen van de klassieke tragedie blijven aan bod komen: jaloezie, liefde, aantrekking, sexualiteit, dominantie, het duel, … Een prachtige vertaling van de muziek, die echt gebruikt wordt. De dans doet je de muziek nog sterker aanvoelen, of doorvoelen.
De grot van Plato – een schimmenspel. De tragiek van het leven en het laten leven. Het afscheid … en het doek valt.
Eat her!
Eat this!
… behoorlijk gepaste woorden voor de laatste van Vandekeybus ‘Monkey Sandwich’. Het ‘eat this’ -gevoel is er ook zo eentje dat onverwacht komt, ontnuchterend werkt, choqueert en op de nuchtere maag moeilijk verteert.
De esthetiek die ‘once was’ is verdwenen, dat was al bij de laatste 2 zaalvoorstellingen zo – mijn laatste kleine sprankel hoop is helemaal weggebrand. Ook het aspect dansen vinden we nu echt helemaal niet meer terug. Ik opteerde vroeger al voor een nieuwe categorie binenn de podiumkunsten: ‘performance’. Op die manier elimineren we de valse hoop om nog wat dan te zien, zoals dat nu werd aangekondigd. Zo moeilijk kan dat toch niet zijn.
Monkey Sandwich refereert naar stadslegendes, het woord zou dat ook betekenen. Wie gaat kijken zonder vooraf enige info te hebben gesprokkeld zal – net zoals bij een Lynch-film – continu op zoek gaan naar de onderlinge link tussen de verschillende filmfragmenten en verhaallijnen. Alles hangt aan elkaar vast, maar een echte duidelijke lijn zit er niet in. Het krankzinnige, chaotische, agressieve tot gestoord animale killer instinct druipt ervan af.
Vandekeybus is een perfectionist, nog steeds te zien in de hoge kwaliteit van de film en settings, de keuze van acteurs, de keuze van een fantastisch performer, Damien Chapelle – ongelooflijk wat voor podium-kwaliteiten die man bezit! De water cube, waar Chapelle af en toe in onderdompelt en waar hij nu eens rustig kronkelt dan weer claustrofobisch om zich heen slaat doet denken aan Fabres ‘Preparatio Mortis’ en is van eenzelfde sterke en mooie beeldkwaliteit. De grote propellers blazen da wind tot in je nekharen, Chapelle schreeuwt het uit, papieren poppen hangen als levenloze wezens te wapperen. Krachtige beeldtaal die de emoties doet luwen.
Hope is non plan, lezen we op de wagen waarin de jagers hun buit vervoeren; levenloze lichamen van vrouwen die ze net hebben geschoten. Een scène waarin een nieuw dorp, waar hoop doet leven, volledig wordt ondergespoeld. Babies die dan weer symbool staan voor een hoopvolle toekomst … het is bizar, het doet je van het ene naar het andere bewegen.
Maar het is erover. Het is te weinig een verhaal, te verwarrend, te agressief.
‘Kom terug’ zei de eekhoorn ‘Ik mis je’. ‘Dat kan niet’ zei de mier ‘want ik ben nog niet weg’ (Toon Tellegen). Dit had een mooi einde kunnen zijn, ware het niet dat er nog een spielerei moest volgen, waarbij Vandekeybus aan het eind een projectie van een man op een vel papier laat verschijnen. Deze vertelt dat hij zijn vinger had afgehakt en in de grond had gestoken in de hoop dat er mensen uit zouden groeien, maar dat was niet zo. Tja, … van zoiets word je niet echt stil.
Babel – Sidi Larbi Cherkaoui
Weg
Laat mij dan vallen, u gelooft toch niet in mij …
De zin die mij het meest raakte uit Weg, een productie uit 1998 en sinds 2010 hernomen. De onmacht niets te kunnen veranderen, de dingen te moeten aanvaarden zoals ze komen. De wil, maar niet de potentie de dingen anders te kunnen maken dan ze zijn.
We horen een Josse De Pauw één en ander mompelen in het Antwerps (?), voor mij aanvankelijk onverstaanbaar (ook de tekst in het boekje vraagt enige inspanning). Ik las de franse vertalingen bovenaan het podium om er iets van te begrijpen. Omringd door 3 muzikanten: Peter Vermeersch, Pierre Vervloesem & Peter Vandenberghe, scandeert hij de woorden. Hij schakelt over op een begrijpbaar Nederlands. Er wordt gedialogeerd tussen moeder en vader, en verteld over de 11 kinderen. André kreeg zijn vingertjes geplet tussen de deur van de Ford, Monique hield een hersenschudding over aan een val van de schommel, Christiane sloeg haar zus ongewild K.O. op de judo-mat die er niet was … Een anekdotische aaneenschakeling van faits-divers, een terug naar toen. Toen men nog naar zee op reis ging.
Het was me bij het begin van het seizoen aangeraden, ik wist eigenlijk niet goed wat ervan te verwachten. De Pauw is niet noemenswaardig mijn favoriet. Maar misschien is dat zo voor wat zijn tv-werk betreft. Sommige acteurs zijn geboren voor de planken, anderen voor de camera. Josse zal tot die eerste categorie behoren.
Zijn vertolking van deze rol is erg naturel, aangrijpend, professioneel. Echt geacteerd ook, zonder te willen over-acten. Iets kan naturel gebracht worden, maar soms overdrijft men ook, alsof men het helemaal gespeeld leeft. Josse niet, Josse is een rasacteur, dat zie je in Weg.
We horen een Anita Cerquetti opname op krakende band, de spiegelbol draait en de lichtbollen reflecteren in de zaal. De vierde wand raakt doorbroken, op een meer originele manier dan we gewoon zijn. De teksten die De Pauw brengt worden begeleid met live muziek: jazz, free jazz, en andere genres. Josse beweegt erop los. Enigszins bevreemdend om zien, mij komt hij meestal wat stug over, maar hij kan er absoluut mee overweg. De interactie en symbiose tussen muzikanten en acteur was er wel degelijk. Herinneringen, mooie en minder mooie. Het gemis dat een aangenaam gevoel kan zijn. Het einde dat nadert, maar dat is een klassieker …
Maar aan het eind brengt hij ‘La nuit’. Hij haalt zijn valse gebit uit de mond, de wangen zijn ingevallen; hij geeft zich over… De rocker die hij het voorbije uur vertolkte is op.
Hij had nog een restje adem.
Wat kon hij daarmee nog doen?
Iets om het af te maken.
Een liedje.
Eentje nog.
be your self – Garry Stewart
You are completely without meaning, but at the same time full of meaning.
Op 18 januari was Garry Stewart te gast in La Rose des Vents (Villeneuve d’Acsq/ Lille) met zijn Australian Dance Theatre (ADT) en bracht er de dansvoorstelling ’be your self’. Vertrekpunt van de hele voorstelling ‘het zelf’.
Op de bus krijg je als bezoeker altijd een toelichting bij het gezelschap en het werk dat je te zien zal krijgen. De lovende woorden en verbale omschrijving brachten de verwachtingen enorm hoog – altijd gevaarlijk. De ADT zou ergens in de jaren ‘60 zijn opgericht en aanvankelijk een eerder klassieke piste bewandeld hebben. Met de komst van Stewart is dat helemaal veranderd. Hij zou ooit zijn interpretatie van het Zwanenmeer hebben gebracht, met hoofdzakelijk mannen in jeans en t-shirt, de puristen waren daar niet blij mee. Die mannen van Garry, da’s wel echt iets om gezien te hebben. De volledige cast deed mij denken aan Benetton: Mongoliden, Negers & Blanken als één op het podium: prachtig. Knappe mensen allemaal, aangenaam om naar te kijken. De mannen met prachtige torso’s, atleten – zo vertelde men op de bus.
Het werk is totstand gekomen in samenwerking met een aantal externe kunstenaars waaronder: het visionaire architectuurburo Diller, Scofidio + Renfro uit NY dat instond voor het decor, fotografe Lois Greenfield die ook in haar reclamefotografie veel dansposes gebruikt, een neurobioloog – die wellicht alle informatie over ons lichaam had aangeleverd (hoeveel bloedcellen, neuronen, bloed en water etc ons lichaam bevat) en nog een roboticist, wiens hand je kon herkennen in de manier waarop de dansers als robots spraken en gesticuleerden.
De techno geluiden kwamen van Brendan Whoite – zo vertelt de brochure. Bevreemdend, agressief, animaal, not human … dat omschrijft het best de ervaring geloof ik. Marie Chouinard deed ooit ook zoiets bizar met geluid. Dansers die als vissen op het droge opspringen en zich in de lucht wentelen, qua skills en beheersing heeft Stewart een fijne groep weten samen te stellen. Knap hoe hij de juiste personen met elkaar weet te verbinden in de koppeldans. Wim Vandekeybus was op bepaalde momenten niet veraf, toch het werk dat we kennen uit zijn jongere jaren (à la Blush bvb). Het techno gedeelte boeide ontzettend in het begin, maar kon na een kortere tijd gerust overgegaan zijn in het echte dansgedeelte wat mij betreft. Vernieuwend: beslist, maar het kon bondiger. Een verhaal zat er niet meteen in en de dierlijke kreten bleven onverstaanbaar. Een emotionele dimensie – of toch eerder in de romantische zin van het woord – bleef ook uit. Liefde kregen we niet te zien, maar wel sex.
De beheerste beweging, het acrobatische bijna, het hyper-synchrone is echt verbluffend en getuigt van een erg hoge mate aan professionaliteit. 10 dansers die niet alleen synchroon, maar ook op dezelfde oriëntatie werken zie je zelden.
Behalve de koppeldans was het deel met de projectie een juweeltje. Een wand in wit vlak wordt naar voor geschoven. Daaruit steken lichaamsdelen (herinner je mijn Benetton verwijzing) die elkaar bij momenten aanraken. Op zich mooi, maar prachtig wanneer daarop projecties komen. Perfect uitgelijnd op de lichamen alsof er wormachtige figuren uit de monden komen, een hart dat pompt op de juiste plaats, enz. Het deed me denken aan Björks Hunter video:
Een multisensoriële performance, heel erg knap gedanst. Het einde voel je zo aankomen – en je wou dat het niet zo was: het platform verwijnt naar achter, fade out, alles staat weer op nul.
Rosas danst Rosas
Het was nog van in de tijd der videocassettes dat ik ooit Rosas danst Rosas op film tapete. Dit was een werk van Thierry De Mey uit 1997, las ik voor de live voorstelling in de Kortrijkse Schouwburg op woensdag 12 januari. Ik heb het bandje toen kapot gedraaid – zo mooi vond ik dat!
Het stuk is ondertussen 25 jaar oud maar nog zo hedendaags als wat. La femme seule, la femme détente, la femme inquiète, la femme frivole, la femme joyeuse, la femme rigoureuse … met zijn vier lijken de danseressen wel alle vrouwen ter wereld te vertegenwoordigen. De kostumering: typisch De Keersmaeker; tijdloze meisjesjurkjes en de heel erg eenvoudige t-shirtjes – een beetje Sofie D’Hoore stijl bijna. Het geeft de performers iets verhevens, ontastbaar, onschuldig zelfs. De muziek komt van Thierry De Mey en Peter Vermeersch. Repetitief – net zoals de dans. Dwepend, pregnant en de choreografie perfect onderbouwend. Professionaliteit ten top: één harmonische beweging, sierlijkheid en gemak, elegantie maar ook de individuele taal van de danser krijgt ruimte. Je verlangt steeds naar meer en je krijgt steeds meer. De belichting opnieuw erg eenvoudig, maar zoveel betekenend, op het juiste moment op de juiste plaats. Kleine accenten zoals een spiegel waarin je maar heel af en toe een reflexie ziet sieren het geheel. Het repetitieve wordt onderbroken door een afwijkende sequens die na verloop van tijd opnieuw uitmondt in het basisschema.
The New York Times postte in 1986 volgende comment (die mij bij elke lezing kippenvel bezorgt):
“Rosas danst Rosas is de derde choreografie van de jonge danseres De Keersmaeker waarin andermaal de dynamiek wordt blootgelegd van haar persoonlijkheid: een opmerkelijke artistieke begaafdheid, een benijdenswaardige intelligentie, gevoel voor relativiteit, lichamelijke taalvaardigheid en vindingrijkheid, een inspirerende werklust en niet in het minst een hooggekwalificeerd vakmanschap. Kortom, grote klasse. Die kwaliteiten in één persoon verenigd en tot de derde keer toe in een briljante creatie bewezen, zijn eerder zeldzaam. Bij ons moet je die met een vergrootglas gaan zoeken of in het buitenland waarnaar die artiesen zijn uitgeweken.” (Anna Kisselgoff)
Fabre, Vandekeybus, Gruwez en zoveel andere talenten die ons land rijk is, maar de absolute koningin van de dans blijft voor mij Anne Teresa De Keersmaeker. Er is iets in haar hoofd dat van haar een genie maakt.
Tourniquet: Abattoir Fermé
Abattoir Fermé is ook een naam die ik al duizend maal had gehoord, maar om een of andere duistere reden nog nooit had gezien. Toen Next Festival in Kortrijk hen bracht was het moment best ideaal. We vertrokken met de vaste equipe naar Villeneuve d’Ascq nadat het festival ons had getrakteerd op een zelfbereide cocktail drink. We hadden die ook echt nodig gehad. Een tourniquet kende ik van de postcards die je overal in musea kan kopen. Voor Abattoir Fermé is het een toegang tot een pervers en verderfelijk oord. Geen woord, met moeite een menselijk geluid, maar wat een présence. Als toeschouwer lijk je medeplichtig aan een duister ritueel, een verboden scéance. Bloed, naakte lichamen, twee mannen en een vrouw, een bad, een balk op een piepend wiel, bloem, kostuums, een koningin, een slaaf, een engel met zwarte vleugels, … het maakt allemaal deel uit van een erg theatrale bedoening die je meesleept naar een donker gebied in je brein. Je houdt ervan of je haat het vertelde men in de inleiding. Zoveel was effectief duidelijk. Tourniquet bouleverseert. Het is me nog niet duidelijk of Abattoir Fermé tout court bouleverseert. Ik ben beslist van plan dat uit te zoeken.
Youdream: Superamas
Geen youtube waar je filmpjes deelt, maar een youdream kanaal waar je je dromen met anderen deelt. Superamas is al meerdere malen in Kortrijk geweest. Voor mij de eerste keer om hen te zien op Next festival in Kortrijk. Er werd een oproep gedaan om op voorhand je dromen online te posten die dan misschien in de show aan bod zouden komen. Bleek dat ze de dromen uitbeeldden op scène. Er werd ook rechtstreeks aan het publiek gevraagd een droom te delen. Ik gaf die op waarbij je droomt dat je naar je examen moet, maar je schoenen bent vergeten of je pyjama nog aan hebt. Het collectief maakte daar een sketch op. Na mij kwam nog een dame, wiens droom ik niet goed begreep, maar dat was nog niet zo onbegrijpelijk, want de dame maakte deel uit van het stuk dat ineens overliep in een bizar en verwarrende voorstelling met film, dans en levensecht acteren. Verhalen en scènes die op podium en het doek in elkaar opgingen of elkaar opvolgden. Je waant je als toeschouwer in een droom, een droom van een ander. Erg esthetisch en verzorgd, heel goed de grens aftastend tussen droom en werkelijkheid. Het stuk zou een knipoog brengen naar de entertainment industrie die ons laat geloven dat alles mogelijk is. Dromen uploaden kan nog steeds. Klik hier: dromen Superamas
Jan Fabre: Preparatio Mortis
Een requiem … een prachtige Jan Fabre. De toeschouwer dient veel geduld te hebben, het stuk komt heel traag op gang, maar wie zich laat meevoeren komt niet bedrogen uit. Het was in La Rose des Vents – een schitterende lokatie bij Rijsel – dat Fabre dit werk liet zien. De kunstenaar was zelf aanwezig – het plaatje was compleet.
We zien een verhoogd element met daarop bloemen, op de grond bloemen, overal bloemen. Naarmate de spots het podium opwarmen, vult de geur van de verse bloemen de zaal. De bloemen bewegen, langzaam. Eerst een hand, dan een arm steken uit de bloemen. De bewegingen gaan vloeiender en meer uitgesproken. Een lichaam ontwaart zich en bevrijdt zich van het bloementapijt. Annabelle Chambon – in volle beheersing van haar lichaam – danst over het hele podium. Ze neemt de bloemen op en gooit ze in het rond. Ze beweegt zich als een gek, als in extase. Indrukwekkend, maar het snijdt me de adem nog niet af. Pas wanneer ze opnieuw verschijnt – na een fade out, in de glazen kist – waar voorheen de bloemen tegen stonden – met datum op gegraveerd en dermate belicht dat je slechts delen van haar lichaam expliciet ziet, weet je dat het menens is. Hier grijpt ze naar de keel, hier sleept ze je mee in een flow die je niet meer loslaat. Macaber, grillig, je haren komen recht. De dood loert. Ze kronkelt op de dwepende muziek, ze hapt naar adem, de kist wordt minder transparant van de aanslag van haar adem. Ze schreeuwt zonder geluid, de stuiptrekkingen worden langzamer en minder intens. Ze strijdt als een dier tot de laatste seconde. En daar kijk je naar.
Simulations: Robin Jonsson
Het duurde even voor ik begreep waar ik naar zat te kijken, want gamen en alles wat daarmee gepaard gaat is mij behoorlijk vreemd. Robin Jonsson, een Zweeds choreograaf, lijkt zijn oeuvre daar wel op te baseren. Knappe prestatie, ongewoon – maar beslist vernieuwend en toegankelijk – mits wat geduld om erin te komen. Twee acteurs/ dansers spelen de figuren uit een game. Ze worden gestuurd, maar beslissen ook zelf. Het is niet altijd mogelijk het onderscheid te kennen als toeschouwer tussen eigen beslissing en regie van hogerop.
De pakjes die ze beide aanhadden waren erg eenvoudig, maar super typisch voor game characters. De hakkige bewegingen zijn niet meer van nu, game personages zijn met de 3D revolutie soepeler dan ooit. Ik game nooit, maar Civilization V is net op de markt en heb ik toevallig van dichtbij gezien. Het artificiële is haast niet te zien. Ik ben ervan overtuigd dat Jonsson dit wel weet en het gaat ook om meer dan een beeldtaal alleen. Waar hij de realiteit en het virtuele met elkaar vermengt, zien we die grens in de games en 3D omgeving ook steeds nauwer worden.
Jonsson’s Simulations werd gepresenteerd bij de Eerstelingen op het Next festival in Kortrijk.





